
Wat is nu de kern van Randstad 2040 voor de Zuidvleugel? Welke opgaven liggen er?
Norder: ‘Het belang van 2040 is dat we echte keuzes durven maken. Kies voor de stad als motor en ga niet alle energie verspreiden over een groot gebied. Dan zoek je de verstedelijking heel erg bij die stad, net als de infrastructuur én het groen onmiddellijk om en aan die stad. Metropolitane parken aan de stadsranden zodat mensen wel gewoon lekker naar buiten kunnen. Groen waar je kunt paardrijden, voetballen, wandelen, sporten, dwalen, echt natuur zoals het bos. Dat type keuzes leidt tot een heel consistent beeld waar het naar toe moet en dan volgt vanzelf dat we de investeringsstrategie gaan doen.'
Koop: ‘Ja, als bestuurders moeten we ervoor zorgen dat dit deel van de Randstad sterk is. En dat betekent dat je hier graag wilt wonen, dat je makkelijk bij je werk kunt komen, dat je in 10 minuten via een aantrekkelijke route in het groen bent, dat het aantrekkelijk is voor bedrijven. Aan de andere kant moeten de mensen die in de dorpen wonen op een goede manier gebruik kunnen maken van de stad. Dus daarvoor hebben we ook goede verbindingen en goed openbaar vervoer nodig in en naar de Zuidvleugel. Het concept Stedenbaan is dat voor in de Zuidvleugel; de Rijngouwelijn en de Merwedelingelijn zijn dat voor in en naar de Zuidvleugel. Dat betekent dat we in steden en dorpen gaan verdichten om het station. We gaan de rail upgraden naar een randstedelijk niveau. En we moeten zorgen dat het Groene Hart en de kust ook een nadrukkelijke plek krijgen in het geheel. Ook die uitdaging moeten we in Randstadverband met elkaar aangaan.'
Wat betekent dat voor wat bijvoorbeeld de stad of provincie moet doen?
Norder: ‘Kijk, het is wel belangrijk dat binnen Randstad 2040 een keuze wordt gemaakt voor een ontwikkelstrategie voor de lange termijn waarbij de schakels in elkaars verlengde liggen. Dat wat de stad moet doen, wat het omliggende gebied moet doen, wat op hoger niveau moet gebeuren. Het moet in elkaars verlengde liggen; dan versterkt het elkaar omdat we allemaal één kant oproeien. En zo'n 2040-visie geeft sturing welke kant we opmoeten. Dus als projectontwikkelaars komen met voorstellen voor ontwikkeling die daar niet inpassen, dan moeten we het dus ook gewoon niet doen.'
Wat vindt u de meerwaarde van het kwintet?
Koop: ‘In Randstad Urgent zitten veel bestuurlijke duo's. Maar voor Randstad 2040 bestaan we uit een kwintet omdat de opgaven groter zijn en over een langere termijn gaan. Daarom is het ook goed om met elkaar en met Amsterdam, Den Haag, Noord-Holland en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland die visie te delen op de Randstad. Daardoor krijg je een gedragen gezamenlijke visie op de Randstad. Dat draagvlak is essentieel. Dat kan je niet eventjes met z'n tweeën regelen.'
Klinkt goed, we moeten het samen doen, maar: Hoe maakt u daar in de praktijk nou afspraken over?
Norder: ‘Ja dat moet ook nog een beetje groeien. We hebben nu een visie en nu moeten we een uitwerkingsstrategie opstellen van wat er precies moet gebeuren. Dan zie ik een verstedelijkingsstrategie: hoeveel en wat voor soort woningen moeten in de Zuidvleugel ongeveer gebouwd worden? We kiezen heel sterk voor 80% binnenstedelijk. Maar hoeveel sociale woningbouw, hoeveel voor de middencategorie, hoeveel voor de hogere inkomens hebben we nodig? Daarvoor moet je afspraken maken zodat je niet te weinig en niet teveel bouwt. Wat zijn de hoofdproblemen voor de metropolitane parken en hoe gaan we dat dan doen, wie trekt dat, hoe organiseren we dat? Hoe ga je om met het regionaal openbaar vervoer? Hoe zorg je dat daar de goede ov-keuzes worden gemaakt in investering op nationaal en lokaal niveau, gemeentelijk, provinciaal en regionaal niveau? Daarover moeten we concrete afspraken maken en zorgen dat het in het totale plaatje past.'
Koop: ‘Daarom is het ook zo belangrijk dat we het eens zijn over de integrale visie: wat zijn nou in dit deel van de Randstad onze sterke economische clusters? Nou, dat is bijvoorbeeld Den Haag internationale stad van vreden en recht. Maar ook de mainport Rotterdam. De eerste plons is nu geweest voor de Tweede Maasvlakte. En we hebben hier het meest innovatieve en grootste glastuinbouwgebied ter wereld, de greenport in het Westland en Oostland. Die innovatie moet je verbinden aan steden omdat daar ook de universiteiten zitten en de kennis en de handjes. Als we het daar over eens zijn hier in de Randstad dan zegt dat wat over wat voor soort mensen, woningen, groen en transport je in de toekomst wilt hebben om die clusters draaiende te houden, zoals ook de politieagent, de onderwijzer en de havenwerker.'
De Zuidvleugel zegt 80% bouwen in de stad, wie is ervoor nodig om het zover te krijgen?
Koop: ‘Natuurlijk moeten de bestuurders en de politici in de Randstad het eens zijn dat we ook die kant opgaan. Maar uiteindelijk zullen ook de projectontwikkelaars zo moeten bouwen dat mensen er ook echt willen wonen. Appartementen met een balkon en een berging, zodat je niet je fiets naast je tv hoeft te zetten. Een groot aantal partners heb je daarvoor nodig. De bouwers, het rijk natuurlijk, de gemeenten met wie je afspraken moet maken. En het rijk moet werken aan deregulering op Europees niveau.'
Hoe denkt u dat dit gedragen wordt bij de bestuurlijke achterban?
Norder: ‘Nou in het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel is er breed draagvlak voor. Maar daar zit natuurlijk wel bestuurlijk de top van Zuid-Holland, dus dat zijn de burgemeesters van de twee grootste steden, de portefeuillehouders van de stadsregio's, de commissaris van de koningin en de gedeputeerde van de provincie. Dus het is een vrij select clubje en dat betekent nog niet dat al die raadsleden in al die gemeentes het ook hebben meegemaakt en gedeeld.'
Is dat een probleem?
Norder: ‘Ja ik vind het echt een opgave om uit te dragen wat we hebben afgesproken, want het betekent ook iets voor de keuze van raadsleden. We kunnen bijvoorbeeld niet doorgaan met steeds weer een stuk weiland volbouwen, terwijl zoveel mensen vinden dat we zo langzamerhand dichtgroeien. Het kan ook niet vanuit mobiliteit en milieu. Door de VINEX-wijken hebben we onder meer de afgelopen 10 jaar zoveel file doordat heel veel mensen opeens op rijafstand van hun werk wonen. Daarom moet je binnenstedelijk bouwen, bijvoorbeeld in verrommelde gebieden. Maar daar moet je draagvlak voor hebben binnen raden en staten om dat te kunnen doen. En op nationaal niveau heb je een duidelijke agenda nodig, want het betekent op de kortere termijn vaak duurdere woningbouw. Door bodemsanering, uitplaatsing is het veel complexer en dus duurder per gebouwde woning. Terwijl het op de langere termijn, dat is ook berekend, goedkoper is omdat het al die nadelige effecten niet in zich heeft. Maar daar moeten we dus wel afspraken over maken met het rijk om die investeringen te doen.'
Hoe krijgt Randstad 2040 een plek binnen het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel?
Koop: ‘Nou het staat iedere keer op de agenda. En de provincie Zuid-Holland werkt nu aan zijn provinciale structuurvisie waarvan we als GS hebben gezegd "We willen een doorkijk naar 2040". Het is ook de taak van het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel om de relatie te leggen tussen wat de bestuurders vinden en wat op rijksniveau in 2008 wordt afgesproken. Dat er een verbinding ligt tussen 2040, wat hier in het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel wordt afgesproken en wat er in de provinciale structuurvisies komt en in de regionale structuurvisies.'
Wat merkt u van de samenwerking binnen het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel?
Norder: ‘Het Is fijn om te merken, dat het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel bereid is om snel met elkaar de discussie te voeren en ook beslissingen te nemen uitgaand van de totale verhouding voor iedereen van belang.'
Koop: ‘Ja en dat is ook wel vooral een compliment aan de leden van het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel dat het niet alleen een soort verzameling van belangetjes is waar een nietje doorheen gaat. Nee, iedereen is echt bereid, en kán dat ook, om vanuit een visie over de eigen grenzen heen te kijken van het eigen bestuurlijk mandaat wat men vanuit een gemeente heeft.'
Norder: ‘Ik vind dat we als Bestuurlijk Platform Zuidvleugel een slag hebben gemaakt die belangrijker is dan veel mensen denken. Tot nu toe was het moeilijk om afscheid te nemen van het verlanglijstje per regio. Ik heb er bewondering voor dat de bestuurders hebben durven zeggen: "Het gebied Rotterdam-Den Haag is het kernstedelijk gebied van de Zuidvleugel. De omliggende steden zijn van zeer groot belang, maar wel aangehaakt aan die kernopgave." Dat vergt moed. Dat is ook de winst van Randstad 2040 omdat we er niet mee wegkwamen om weer verlanglijstjes per regio in te leveren.'
En bent u tevreden over de samenwerking tussen de Noordvleugel en Zuidvleugel? Of ziet u daar ook nog wel tegenstrijdige belangen?
Koop: ‘Ons gezamenlijke belang is dat we samen werken aan een sterke Randstad. De Randstadvisie dwingt tot nadenken over de vleugels heen. En we hebben nu de Randstadvisie vastgesteld, maar er kan nog wel een slag worden gemaakt door uit te gaan van de corridor Almere, Amsterdam, Leiden, Den Haag, Rotterdam, Delft, Dordrecht. Dan krijg je natuurlijk echt een vitale Randstad met verbinding naar het Groene Hart en de kust.'
Norder: ‘Ja het is ook geen groot geheim dat het wel eens heeft geknetterd. Aan de bestuurlijke tafel zijn heel stevige discussies geweest binnen dat kwintet. Want als je nadenkt over Randstad 2040 en je kiest voor de sterke steden als motor, dan laat je zaken varen die je vroeger belangrijk vond. Het resultaat is goed, dat telt. De visie heeft ook in zich dat we afscheid nemen van het Noordvleugel- en Zuidvleugelgevoel, dat het meer een gevoel wordt van en samenhangend stedelijk netwerk.'
Koop: ‘En dat gaat natuurlijk verder groeien met een goede interne bereikbaarheid over de weg en met openbaar vervoer. Een echt Randstedelijk netwerk met goede aantakkingen in het noorden en zuiden van de Randstad. Dan krijg je dat volgens mij vanzelf!'
> Naar nieuwsoverzicht Zuidvleugel

