Bij verstedelijking hoort goede bereikbaarheid. Regionaal verkeer, op afstanden van 10 tot 40 kilometer, groeit nog steeds in de Zuidvleugel. Mensen willen snel en comfortabel kunnen reizen met regionaal openbaar vervoer en op een eenvoudige en prettige manier overstappen. Het Zuidvleugelnet moet antwoord bieden op deze behoefte. De ontwikkeling ervan gaat hand in hand met ruimtelijk-economische ontwikkelingen zoals met de verstedelijkingsstrategie wordt beoogd en moet een duurzaam mobiliteitssysteem opleveren. Voor de reiziger moet één herkenbaar en samenhangend openbaar vervoernetwerk ontstaan dat hem of haar snel van A naar B brengt. Met aansprekende knooppunten om over te stappen van de ene naar de andere vorm van openbaar vervoer of van openbaar naar eigen vervoer.
Rijk, provincie en grootstedelijke regio's maken onderling en met de NS afspraken hierover. Belangrijk punt is de basiskwaliteit die de reiziger mag verwachten. Dan gaat het bijvoorbeeld om fietsenstallingen, P+R plaatsen, haltes, tarieven, reisinformatie en aansluiting van dienstregelingen. En natuurlijk moeten er nog ontbrekende schakels in het netwerk worden toegevoegd.
Tijdens deze sessie presenteert Asje van Dijk het ambitiedocument Zuidvleugelnet dat eind oktober in het MIRT overleg wordt ingebracht. Onder leiding van Jeannette Baljeu wisselen de vervoersautoriteiten, NS, zuidvleugelbestuurders en vervoersexperts van gedachten over de gekozen opzet van het Zuidvleugelnet en over de winst die het Zuidvleugelnet in deze vorm oplevert voor het vestigingsklimaat in de Zuidvleugel. De deelnemers worden actief in de discussie betrokken.


