Bestuurdersconferentie verslag 12 oktober
Bestuurdersconferentie Zuidvleugel ‘Verdichten, verruimen’

“Samenwerking vooral kwestie van elkaar iets gunnen”

 

Met uitzicht op zee vormde het Kurhaus in Scheveningen maandag 12 oktober het decor voor de inspirerende Zuidvleugel-conferentie ‘verdichten, verruimen’. Bestuurders uit de gehele Zuidvleugel bespraken de versterking van de (internationale) positie van het zuidelijk deel van de Randstad. Niet alleen moet het gebied in economisch opzicht de handen ineen slaan. Ook is gezamenlijke actie nodig voor de verdichting van het stedelijk gebied en het behoud en de versterking van groene gebieden en de toegankelijkheid daarvan. De bezielende leiding was in handen van Felix Rottenberg.

 

Rottenberg is zelf ‘noorderling’, zo gaf hij aan, maar zijn sympathie ligt bij het zuiden: “Daar moet de fundamentele vernieuwing vandaan komen; de inspiratie en daadkracht daar bepalen het tempo.” Tegelijkertijd houdt hij Jan Franssen, Commissaris van de Koningin Zuid-Holland en voorzitter van het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel de enorme opgave voor: het aantal Nederlandse huishoudens groeit van zeven naar acht miljoen. Hoe gaat het zuidelijke deel van de Randstad dat opvangen?

 

Franssen schetst de ambities, en die zijn niet gering. Het plan is 80% van de woningbouwopgave van 175.000 nieuwe woningen in binnenstedelijk gebied te realiseren op een voor de stedeling aantrekkelijke manier. Het gaat erom te voorkomen dat mensen de stad uittrekken. Tegelijkertijd is de strategie erop gericht de groene gebieden tussen stedelijke centra te verbinden, zodat een stedelijk weefsel ontstaat waar het toegankelijke groen deel van uitmaakt. Ook het openbaar vervoer zal met het Zuidvleugelnet - een regionaal en fijnmazig netwerk dat onder meer Stedenbaan, Rotterdamse metro en Randstadrail omvat - een steeds belangrijker rol gaan spelen.

 

Ambitie genoeg. Wat in de ogen van Franssen zeker nodig is om de ambities waar te maken is het opruimen van de bestuurlijke drukte in de Randstad. “Te veel mensen willen aan het stuur zitten; te veel mensen willen aan dezelfde knoppen draaien. Er hoeft maar één goed plan te komen. Dat is weliswaar een enorme opgave, maar de wil is er. We staan nu op de drempel om als bestuurders verbinding te zoeken met stedenbouwers en architecten. De volgende stap is dan: aan de slag.”

 

 

Karakteristieken tot uitdrukking brengen

Hoe de verdichting tot stand moet komen is een vraag die alle partijen binnen de Zuidvleugel gezamenlijk moeten beantwoorden, integraal, vanuit economische aspecten en vanuit schoonheid, benadrukte Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. “Het gaat erom de bestaande, prachtige groene en stedelijke karakteristieken tot uitdrukking te brengen en alle elementen met elkaar te verbinden. ”

 

Eerder had Franssen, antwoordend op een vraag van Rottenberg, aangegeven wat hij het mooiste ‘oude’ schilderij vond dat op zijn kamer hangt: een Hollands winterlandschap van de hand van Van Schelfhout (1787 – 1870). “Dat schitterende landschap en die schoonheid is er nog”, benadrukte Van der Pol. “Die schoonheid moeten we koesteren, samen het verschil maken. Maak het groen toegankelijk en zorg ervoor dat de steden hun rug niet toekeren naar het omringende groen.” En als het gaat om het binnenstedelijk gebied: “Om gezinnen ‘vast’ te houden, is meer nodig dan een speeltuin of een hangplek. Het gaat om wonen, veilige openbare ruimte en veilige routes, en om voorzieningen naast de deur. Richt de openbare ruimte zo in dat mensen elkaar tegenkomen. Betrek gebruikers in de ontwerpfase en ontwerp naar hun behoefte; dat moet aan de basis liggen van een aantrekkelijk ontwerp.”

 

Vancouver als voorbeeld

Ook Larry Beasley - hij hoort bij de top van ‘urban planners’ in de wereld – benadrukte in zijn presentatie het belang van het ontwerpen en bouwen van een leefomgeving die aansluit bij de natuurlijke voorkeuren, wensen en behoefte van gebruikers heeft. In Vancouver is dat goed gelukt; eens een stad waaruit de mensen wegtrokken naar de suburbs, is het nu een van de meest leefbare steden ter wereld. Dat lukte door te bouwen in hoge dichtheden en een goede inrichting van de openbare ruimte. Hij sprak de hoop uit dat de Vancouver-ervaring voor de Zuidvleugel als voorbeeld kan dienen.

“Voorkom blinde muren, ontwerp op ooghoogte, ga uit van de ‘neighbourhood’ als ‘basiselement’ bij het ontwerp van de stad en zorg dat daar alle voorzieningen aanwezig zijn die mensen nodig hebben.” De aanwezigheid van groen rond de stad is ook voor Beasley van wezenlijk belang: “Leg wettelijk vast dat er niets met het groen dat er nog is, mag gebeuren. Doe je dat niet, dan is het weg.” Net als binnen de Zuidvleugel-ambitie speelt openbaar vervoer in zijn visie een sleutelrol als antwoord op bereikbaarheidsvraagstukken. Zijn aanbeveling: steek geen cent meer in nieuwe infrastructuur voor automobiliteit. “Dat heeft in Vancouver – ondanks de groei van de agglomeratie – geleid tot een afname van het gebruik van de auto.”

 

Deelsessies over cruciale onderwerpen

Aansluitend op de plenaire sessies zoomden parallelle deelsessies in op cruciale thema’s voor de toekomst van de Zuidvleugel. Wat zijn bijvoorbeeld de economische segmenten of speerpunten waar de Zuidvleugel als geheel op kan scoren, zonder allemaal versnipperd met hetzelfde bezig te willen zijn; hoe versterk je het huidige, soms ‘verrommelde, metropolitane landschap en hoe verbind je landschappen met elkaar. Volgens sommige aanwezigen is het wat dat betreft al twaalf uur geweest en is er per direct een waterdichte bescherming nodig van de nu nog groene gebieden; hoe puzzel je met de ruimte in de stad om de ambitie ‘80% van de woningbouwopgave binnenstedelijk’ waar te maken; en hoe creëer je een fijnmazig regionaal openbaar vervoersnetwerk dat mensen in staat stelt snel en comfortabel te reizen.

 

Economische potentie Zuidvleugel

De deelsessie ‘kansrijke economische segmenten’ leidt tot de door velen gedeelde algemene conclusie dat het er qua economisch (internationale) potentie goed uitziet voor de Zuidvleugel. Die potentie moet echter wel beter worden benut en daarvoor zijn investeringen noodzakelijk. Bij de keuze van de segmenten waar de Zuidvleugel op zou moeten inzetten, zijn vier criteria van belang: internationale onderscheidendheid, innovatie, het bereiken van massa - dus geen versplintering van activiteiten - en een goed organisatievermogen. Niet altijd wordt op alle criteria even goed gescoord: als het gaat om het speerpunt ‘water en deltatechniek’ bijvoorbeeld, is er wel een heleboel kennis en ervaring aanwezig, maar het ontbreekt hier en daar nog aan samenhang om als Zuidvleugel een internationale topspeler te zijn. Een goed voorbeeld van economische samenhang is Leiden als brandpunt van activiteiten op het gebied van ‘biotech-lifescience’. Daar is sprake van een goed geëquipeerd kenniscluster met een grote concentratie van aan life-science gerelateerde bedrijvigheid, kennisinstituten, opleidingsmogelijkheden en steun van lokale, regionale en nationale overheid.

 

Elkaar iets gunnen

Als het gaat om het versterken van de internationale (economische) concurrentiepostie van de zuidelijke Randstad werd tijdens de conferentie vooral duidelijk dat succesvolle samenwerking een kwestie is van geven en gunnen. Daar krijg je namelijk altijd wat voor terug. Gedeputeerde provincie Zuid-Holland Asje van Dijk: “Niet allemaal op eigen houtje ergens goed in willen zijn. Dat is verspilling van creativiteit en energie.” Geert Teisman, hoogleraar bestuurskunde Erasmus Universiteit Rotterdam:  “We moeten ook niet beginnen met de vraag ‘wie is hier de baas?’ en ‘wie gaat het bepalen?’ Dan eindigt het gesprek voordat het begonnen is. Het gaat erom met elkaar te praten in termen van wederzijdse meerwaarde, zodat je allebei wint. Dat betekent ook dat je bestuurders een stukje stuur moet loslaten en daar is een verandering van de bestuurscultuur voor nodig.” Van Dijk: “Op het moment dat we samen de niches verdelen, kunnen we op tal van terreinen als Zuidvleugel, ‘wereldspeler’ worden en daarmee ook de Randstad en Nederland op de kaart zetten. We moeten de vraag stellen wat we samen kunnen oplossen en daar vervolgens heel praktisch gezamenlijk mee aan de slag gaan; transparant en zonder dubbele agenda.” 

 

Maak het verschil  

“We moeten niet altijd in institutionele vormen denken, we moeten vooral op een praktische manier aan de slag”, stelt Jozias van Aartsen, burgemeester van Den Haag tijdens de plenaire afsluiting. “Rotterdam en Den Haag leven niet meer met de ruggen naar elkaar toe. We stellen ons de vraag wat we samen kunnen oplossen; er zijn heel veel dossiers die voor ons beiden van belang zijn.” Het idee van twee samenwerkende ‘sterke merken’ binnen de Zuidvleugel die samenwerken, en voor de gehele Zuidvleugel het pad effenen, vindt veel weerklank, zo ook bij Jan Franssen: “Laat Rotterdam en Den Haag voor de volgende conferentie gezamenlijk en inhoudelijk op tafel leggen wat ‘verdichten en verruimen’ betekent. Laat hen samenwerken, dat helpt de hele Zuidvleugel.” 

''De opgave in de Zuidvleugel is duidelijk'', aldus de rijksbouwmeester. De Zuidvleugel moet het verschil maken in kwaliteit en diversiteit van steden, landschap en economie. De conferentie heeft een schat aan ideeën, instrumenten en mogelijke coalities laten zien. Nu is het aan de bestuurders om aan de slag te gaan met het realiseren van de ambities. Op de volgende Zuidvleugelconferentie zullen de concrete resultaten van de gezamenlijke aanpak worden getoond.

 

 

download verslag

 

terug naar vorige pagina

 

 


openingsspeech door de heer Franssen voorzitter BPZ
openingsspeech door de heer Franssen voorzitter BPZ
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Plenair
Aflsluitingsdebat
Aflsluitingsdebat